Op de ideale route naar een emissievrije bouwplaats komen beleid en praktijk samen
In gesprek met transitiemanager Meinke Schouten
Emissieloos bouwen kan. De techniek is er, de eerste projecten draaien en de voordelen zijn duidelijk merkbaar. Toch valt of staat de versnelling richting een emissievrije bouwplaats met één cruciale factor: de manier waarop publieke opdrachtgevers hun rol pakken. ‘Zolang overheden het niet structureel uitvragen, blijft opschaling lastig,’ stelt Meinke Schouten, programmamanager Emissieloos Netwerk Infra.
Emissieloos bouwen kán
Wie eenmaal op een emissievrije bouwplaats heeft gestaan, heeft het verschil met traditionele bouwplaatsen ervaren. Geen ronkende dieselmotoren, geen indringende uitlaatgassen. ‘Het is stiller, schoner en prettiger,’ zegt Schouten. ‘Je hoort het materieel nauwelijks en je ruikt het niet. Dat maakt een enorm verschil, zowel voor omwonenden als voor de mensen die er dagelijks werken.’ De voordelen gaan verder dan comfort alleen. Minder uitstoot betekent een gezondere werkomgeving en minder belasting voor natuur en omgeving. ‘Dat is winst voor mens én milieu.’
De sleutel ligt bij publieke opdrachtgevers
Technisch gezien zijn emissievrije bouwplaatsen inmiddels goed uitvoerbaar. Op locaties worden stroomaansluitingen gerealiseerd, werken bouwplaatsen met slimme logistieke systemen voor accu’s en worden batterijpakketten ingezet voor peakshaving. ‘Zo voorkom je piekbelasting op het net en zorg je dat er continu voldoende stroom beschikbaar blijft,’ legt Schouten uit. De grootste uitdaging ligt dus niet in de techniek, maar in de marktwerking. Marktpartijen investeren pas grootschalig in emissieloos materieel en transport als daar een structurele vraag tegenover staat. En die vraag moet vooral komen van publieke opdrachtgevers. ‘Het is echt van belang dat overheden emissieloos bouwen ook daadwerkelijk gaan uitvragen. Dan geef je marktpartijen het vertrouwen en de ruimte om te investeren. Transport is daarbij een essentieel ketenonderdeel, logistiek is niet iets wat je los kunt zien van de bouw.’
SEB-convenant
Met het SEB-convenant (Schoon en Emissieloos Bouwen) is een belangrijke stap gezet. Inmiddels hebben 135 overheden het convenant ondertekend, waaronder onder meer meerdere ministeries, alle provincies, waterschappen en 88 gemeenten. Daarmee hebben zij zich gecommitteerd aan landelijke doelstellingen en een gezamenlijke roadmap richting emissieloos bouwen. ‘En nu is het zaak om die handtekeningen te verzilveren. We hebben er vertrouwen in dat deze 135 partijen het convenant echt vertalen naar hun eigen organisatie en projecten. Een overheidsorganisatie is als een grote tanker. Het feit dat iemand een convenant tekent, betekent niet dat de hele projectorganisatie meteen in beweging komt. Daar zijn stappen, keuzes en vooral lef voor nodig.’
Van ambitie naar uitvoeringsprogramma
Voorlopende gemeenten als Amsterdam, Utrecht, Arnhem en Eindhoven hebben de landelijke afspraken al vertaald naar eigen beleids- en uitvoeringsprogramma’s, vaak met scherpere doelstellingen dan landelijk afgesproken. ‘Dat helpt enorm,’ aldus Schouten. ‘Iedereen binnen de organisatie weet dan: dit zijn de afspraken, hier moet ik naar handelen.’ Een effectieve aanpak is volgens haar een meerjarige projectplanning, waarin vooraf wordt vastgelegd welke projecten wanneer (deels) emissieloos worden uitgevraagd. ‘Door bijvoorbeeld te bepalen dat in een bepaald jaar een percentage van de projecten emissieloos wordt aanbesteed, ontstaat bestendiging. Dan kan de markt zich daarop instellen.’
Inspiratie uit de praktijk
Dat emissieloos bouwen al werkt, blijkt uit diverse projecten die te vinden zijn op opwegnaarseb.nl. Zo laat het dijkversterkingsproject Rijnkade Arnhem zien hoe emissieloos materieel succesvol wordt ingezet bij complexe infrastructurele werkzaamheden. Ook het project Onderhoud Riool Zuid in Noord-Brabant bewijst dat emissievrije uitvoering haalbaar is in stedelijke omgevingen. Daarnaast werken partijen als Schiphol en Heijmans samen in meerjarige trajecten waarin verduurzaming en emissiereductie structureel zijn ingebed. Zulke voorbeelden bieden waardevolle lessen voor andere opdrachtgevers en regio’s.
‘Laat je inspireren door deze voorlopers,’ is de oproep van Schouten. ‘Veel gemeenten willen ook een trekkende rol spelen in hun regio en anderen meenemen. Maak gebruik van die kennis en ervaring.’
Vrijwillig waar het kan, verplicht waar het moet
Naast subsidies en aanbestedingsvoordelen wordt ook gekeken naar regelgeving. De huidige regels rond uitstoot en bouwmaterieel zijn volgens Schouten deels verouderd. ‘Er wordt onderzocht hoe regelgeving kan worden aangepast om emissieloos bouwen verder te stimuleren.’ Volgens haar zal de versnelling altijd een combinatie zijn van instrumenten. ‘Intrinsieke motivatie is prachtig. Hoe meer we op vrijwillige basis kunnen doen, hoe beter. Maar het zal altijd én-én zijn: vrijwilligheid, subsidies en aanbestedingsvoordelen, met waar nodig regelgeving als stok achter de deur.’
Nu tempo maken
De weg naar een emissievrije bouwplaats is duidelijk uitgestippeld. De techniek is beschikbaar, de eerste successen zijn zichtbaar en de beleidskaders liggen vast. Nu is het zaak dat beleid en praktijk écht samenkomen.
‘Als we de tanker eenmaal de juiste kant op hebben gemanoeuvreerd, kunnen we schaal maken. Het is tijd om door te pakken!’



