Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

De echte uitdaging van zero-emissie is het verminderen van compexiteit

Mark Luikens over de volgende fase van emissieloos transport.

 

De overstap naar emissieloos transport wordt vaak overwogen vanwege zero-emissiezones. Maar volgens Mark Luikens van LogiSol Consultancy ligt daar niet de kern. Ondernemers krijgen met veel meer wet- en regelgeving te maken bij het gebruik en aanschaf van bestel- en vrachtwagens. Als logistiek makelaar adviseert hij namens overheden bedrijven over slimmer, schoner en efficiënter transport. Daarbij kijkt hij nadrukkelijk verder dan alleen elektrificatie. Ondernemers willen weten wat veranderingen betekenen voor hun dagelijkse praktijk, hun investeringen en hun concurrentiepositie. ‘Ik redeneer altijd vanuit de bedrijfsdoelstellingen van ondernemers. Daar begint het.’

Minder en schonere kilometers
Luikens ondersteunt bedrijven die rijden met bestel- en vrachtwagens in zijn rol als logistiek makelaar over manieren om minder én schonere kilometers te maken. ‘Een ondernemer heeft er niets aan als ik alleen met maatschappelijke doelstellingen aankom’, zegt hij. ‘Ik kijk eerst naar de praktijk van het bedrijf zelf. Hoe kunnen ritten efficiënter? Hoe kunnen kosten omlaag? En welke verduurzamingsstappen passen daarbij? De antwoorden op deze vragen zijn overigens vaak ook de antwoorden op maatschappelijke uitdagingen. De invalshoek is alleen anders.’

De inzet gaat volgens hem veel verder dan alleen elektrisch rijden. ‘We kijken ook naar alternatieve brandstoffen en naar modal shift. Kun je transport dat nu over de weg gaat deels via water organiseren? Een schip kan veel grotere volumes vervoeren, waardoor de CO2-uitstoot per vervoerde hoeveelheid lager ligt. We kijken waar dat voor ondernemers een oplossing kan zijn.’

Zero-emissiezones als eerste steen in het water
Volgens Luikens hebben de zero-emissiezones een belangrijke beweging op gang gebracht. Veel ondernemers zijn daardoor gaan nadenken over hun wagenpark en toekomstige investeringen. ‘Die zones zijn eigenlijk de eerste steen geweest die in het water is gegooid en het nodige in beweging heeft gebracht’, zegt hij. ‘Je ziet dat daardoor allerlei ontwikkelingen op gang komen. Niet alleen bij bedrijven die voertuigen aanschaffen, maar ook bijvoorbeeld bij producenten van bestel- en vrachtwagens, van laadinfrastructuur en exploitanten van logistieke hubs.’

Tegelijkertijd benadrukt hij dat de overgang minder abrupt is dan soms wordt gedacht. ‘Door overgangsregelingen, vrijstellingen en ontheffingen hoeft niet iedereen tegelijk over te stappen. Dat voorkomt kapitaalvernietiging doordat voertuigen versneld vervangen moeten worden.’ Hij wijst erop dat er voor specifieke voertuigen nog ruimte is binnen de regelgeving. ‘Denk bijvoorbeeld aan voertuigen die nog niet emissieloos verkrijgbaar zijn zoals bestelwagens die meer dan 2.500 kilo moeten kunnen trekken. Daar zijn ontheffingen voor mogelijk.’ Dat betekent volgens hem niet dat ondernemers geen last hebben van de maatregelen. ‘Natuurlijk zijn er situaties waarin het net niet goed uitkomt en ondernemers er last van hebben. Dan proberen wij het zuur zoveel mogelijk weg te nemen en de impact klein te houden. Maar het liefst zien we dat ondernemers kansen gaan zien.’

Stapeling van regelgeving
De zero-emissiezones staan volgens Luikens bovendien niet op zichzelf. Transporteurs krijgen tegelijkertijd te maken met een hele reeks nationale en Europese maatregelen. ‘Het is nogal wat’, zegt hij. ‘Het is veel en het is complex.’ Hij noemt onder meer ETS2, de Europese CO2-beprijzing die diesel duurder gaat maken, de RED III-regelgeving rond bijmengverplichtingen van alternatieve brandstoffen, het verdwijnen van BPM-vrijstelling voor dieselbestelbussen en de vrachtwagenheffing die vanaf juli wordt ingevoerd. ‘Alles bij elkaar heeft dat enorme impact op transporteurs’, zegt hij. ‘En dan hebben gemeenten soms ook nog lengte- en gewichtsbeperkingen of venstertijden.’
Daar staan volgens hem gelukkig ook stimuleringsmaatregelen tegenover. ‘Subsidies zoals AanZET en SPRILA helpen ondernemers enorm. Daarnaast heb je het systeem van emissiereductie-eenheden, de voormalige HBE’s. Ondernemers kunnen daarmee financieel voordeel behalen als ze hernieuwbare energie gebruiken om voertuigen aan te drijven.’

Elektrisch rijden wordt financieel aantrekkelijker
Volgens Luikens verschuift de discussie steeds meer van duurzaamheid naar businesscases. Elektrisch rijden wordt financieel steeds aantrekkelijker. ‘Een elektrische bestelbus is door het afschaffen van de BMP-vrijstelling op brandstof bestelbussen in veel gevallen al goedkoper dan een dieselbestelbus,’ zegt hij. ‘En bij vrachtwagens gaat het ook die kant op.’ De Total Cost of Ownership speelt een belangrijke rol. ‘De aanschafprijs ligt nog hoger, maar je hebt lagere verbruikskosten en voordelen vanuit de vrachtwagenheffing. Hoe meer kilometers je rijdt, hoe sneller je op een haalbare businesscase uitkomt.’ Daarnaast ontstaan schaalvoordelen. ‘Als je één laadpaal hebt voor één voertuig zijn de kosten relatief hoog. Maar zodra je meerdere voertuigen hebt, kun je die investeringen verdelen en worden de kosten per voertuig lager.’
Wel zijn er grote verschillen tussen bedrijven. ‘De stroomprijs kan enorm verschillen. Sommige ondernemers hebben al een zware aansluiting of beschikken over zonne- of windenergie. Anderen niet. Ook daar ontstaan concurrentieverschillen.’

Nieuwe wereld voor transporteurs
De overstap naar elektrisch transport betekent volgens Luikens wel dat ondernemers in een compleet nieuwe wereld terechtkomen. ‘Je krijgt te maken met netcongestie, met laadinfra, soms met een aangepaste terreinindeling en met samenwerking met andere bedrijven als jouw aansluiting niet voldoende blijkt te zijn. Dat maakt het ingewikkeld.’ Juist daar een belangrijke rol voor logistiek makelaars en gespecialiseerde adviseurs. ‘Je moet ritten analyseren, kijken tot wanneer voertuigen een zero-emissiezone in mogen, TCO-berekeningen maken en berekenen hoeveel stroomcapaciteit nodig is om toekomstig op eigen depot te kunnen laden.’ Dat vraagt om specialistische kennis. ‘Je moet inzichtelijk maken hoe voertuigen zo efficiënt mogelijk geladen kunnen worden, zonder extra stilstand en tegen zo laag mogelijke kosten.’

Luikens ziet dat transporteurs en opdrachtgevers elkaar steeds vaker opzoeken om gezamenlijk de transitie vorm te geven. ‘Verladers en transporteurs kloppen nadrukkelijker bij elkaar aan om te kijken hoe ze samen die overstap kunnen maken. En gelukkig gebeurt dat steeds vaker weloverwogen.’ Ook in aanbestedingen ziet hij een duidelijke verandering. ‘Vroeger ging het vooral om prijs. Steeds vaker sluit de aanbesteding aan bij een duurzaamheidsvisie. Het gaat hierbij om de daadwerkelijke inzet van zero-emissie voertuigen en materieel.’

Complexiteit moet omlaag
Ondanks alle kansen maakt Luikens zich zorgen over de toenemende complexiteit van de energietransitie. ‘De kopgroep accepteerde nog kinderziektes. Maar de grote groep ondernemers die nu volgt, zit daar niet op te wachten.’ Volgens hem ligt daar een belangrijke opdracht voor leveranciers, netbeheerders en aanbieders van gerelateerde diensten. ‘Mijn oproep is vooral: doe iets aan die complexiteit. Zorg dat producten en diensten eenvoudiger worden en beter aansluiten op de praktijk van ondernemers.’