Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

Elektrificatie is geen alles-of-niets-verhaal

Marinho Parera en Leonie Pater over de praktijk van elektrificatie

 

De elektrificatie van wagenparken is in volle gang, maar de praktijk blijkt onder meer door netcongestie zoals verwacht weerbarstig. Volgens AVIA VOLT draait een succesvolle overstap dan ook niet om techniek alleen. ‘Het begint bij inzicht,’ zegt Marinho Parera, specialist op het gebied van laden. ‘En het besef dat elektrificatie een proces is, het hoeft allemaal niet in één keer.’

Met AVIA VOLT begeleidt het van oorsprong traditionele brandstoffenbedrijf organisaties bij de overstap naar elektrisch rijden. Die rol gaat verder dan alleen het leveren van laadoplossingen, benadrukt Leonie Pater, verantwoordelijk voor marketing en communicatie. ‘Wij begeleiden klanten van A tot Z. We kijken naar het bedrijf, de activiteiten, het wagenpark en vooral naar de toekomst. Hoe ziet de elektrificatiebehoefte er over tien of vijftien jaar uit? Op basis daarvan richten we een oplossing op maat in, inclusief hardware en advies over subsidies.’


Reden tot elektrificatie  
“De noodzaak om te elektrificeren wordt gedreven door factoren als kosten, wet- en regelgeving en duurzame bedrijfsambities. Hoe bedrijven daarop inspelen, verschilt: het ene handelt vanuit overtuiging, het andere anticipeert op milieuzones of aanbestedingen. De mate van urgentie verschilt daarbij per situatie,” stelt Parera. Een volledige overstap vraagt bovendien om investeringen die bijna niemand kan dragen. ‘Als je alles in één keer doet, moet je niet alleen je hele wagenpark vervangen, maar ook de volledige laadinfrastructuur aanleggen. Dat vraagt om forse investeringen. In de realiteit is het schipperen geblazen. Wat is echt nodig, wat is financieel haalbaar en wat is überhaupt mogelijk, kijkend naar de stroomaansluiting?’ Nieuwe regelgeving speelt ook een toenemende rol. Pater: ‘Denk aan de vrachtwagenheffing die eraan komt. Dan wordt de vergelijking tussen diesel en elektrisch ineens anders. De total cost of ownership van elektrische trucks wordt daardoor in veel situaties interessanter.’


Binnenstedelijk laden minder belangrijk dan gedacht
Opvallend is dat laden in de binnenstad in veel gevallen minder cruciaal  is dan wordt aangenomen. ‘Veel voertuigen vertrekken ’s morgens met een volle accu en kunnen hun rit binnen de beschikbare actieradius uitvoeren,’ legt Parera uit. ‘Tussentijds laden is dan vaak niet nodig.’ Volgens hem ligt de echte uitdaging elders. ‘Het gaat om het goed inrichten van depots en distributielocaties. Daar moet je zorgen dat voertuigen betrouwbaar en voldoende geladen kunnen vertrekken. Dáár zit vaak de bottleneck. Laden in de stad vervult volgens hem vooral een aanvullende rol, bijvoorbeeld voor partijen zonder eigen depot, bij intensief gebruik of wanneer flexibiliteit nodig is. ‘Voor een groot deel van de logistieke partijen is het niet het primaire vraagstuk, maar het blijft wel een relevante schakel in het geheel.’


Netcongestie dwingt tot slimme oplossingen
De grootste complexiteit ligt in de beschikbare netcapaciteit. ‘Netcongestie is uitgegroeid tot een structureel capaciteitsknelpunt,’ zegt Parera. ‘In de basis moet de aansluiting worden verzwaard, maar dat is niet altijd mogelijk of duurt lang.’ Daardoor verschuift de aandacht naar alternatieve oplossingen. Batterijsystemen spelen daarin een rol, maar ook zogeheten blokstroom wint terrein. ‘Daarbij krijg je bijvoorbeeld alleen ’s nachts extra transportcapaciteit, tussen 00.00 en 06.00 uur. Dat kan een aantrekkelijke oplossing zijn, maar vereist dat je je laadinfrastructuur hierop afstemt. De beperkte beschikbaarheid betekent laden in kortere tijd, met hogere vermogens die ook door de laadpunten en installatie gefaciliteerd moeten worden.’
De rekensom is simpel: minder tijd betekent meer benodigd vermogen. ‘Als je normaal twaalf uur hebt om te laden en dat wordt zes uur, moet je laadvermogen verdubbelen. Dat vraagt om zwaardere installaties en dus hogere investeringen.’ Daar komt bij dat blokstroom nog niet overal beschikbaar is. ‘Het wordt gefaseerd uitgerold en het is vaak onduidelijk wanneer het beschikbaar komt. Daarom werken wij altijd met verschillende scenario’s.’


Samenwerken op het energienet
Naast technische oplossingen ziet AVIA VOLT ook kansen in samenwerking tussen bedrijven. ‘Soms heeft een bedrijf capaciteit over, terwijl de buurman tekortkomt,’ zegt Pater. ‘Wij brengen die partijen met elkaar in contact.’ Parera vult aan. Wij faciliteren het proces en verzorgen ook de verrekening via laadpassen.’ Ondanks deze mogelijkheden is er nog sprake van terughoudendheid in de markt. ‘Bedrijven vinden het spannend om capaciteit te delen.’ Ook groepscontracten, waarbij meerdere bedrijven gezamenlijk capaciteit inkopen en verdelen, bieden perspectief. ‘Het is een mooi concept, maar vraagt vertrouwen en samenwerking. Dat moet natuurlijk groeien.’


Inzicht als sleutel tot versnelling
Volgens Parera begint alles met een realistische analyse van het wagenpark én de dagelijkse praktijk. ‘Bedrijven denken vaak dat ze hun voertuigen volledig leeg rijden en dus maximaal moeten laden. Maar als je naar de data kijkt, blijkt dat in veel gevallen niet nodig.’ Dat inzicht kan het verschil maken. ‘Je hoeft een voertuig niet altijd volledig op te laden. Als de werkelijke energiebehoefte bijvoorbeeld rond de 400 kWh ligt in plaats van 600 kWh, kun je met dezelfde netcapaciteit meer voertuigen bedienen. Wij kijken daarbij eerst naar de daadwerkelijke laadbehoefte van het wagenpark. Daaruit volgt de benodigde stroomvraag, op basis waarvan we een schaalbare en flexibele laadinfrastructuur ontwerpen die kan meegroeien met de toekomstige vraag. Wij brengen dat voor partijen in kaart.’


Volgens Pater en Parera sluit deze praktijkervaring naadloos aan bij het doel van de Zero Emission beurs. ‘De beurs is bij uitstek de plek waar theorie en praktijk samenkomen,’ zegt Pater. ‘Bedrijven lopen vaak rond met dezelfde vragen: waar begin je, wat is haalbaar binnen mijn netaansluiting en hoe ziet een realistische businesscase eruit? Op de beurs kunnen we die vragen concreet maken en laten zien dat elektrificatie geen sprong in het diepe hoeft te zijn, maar een stapsgewijs proces.’  Parera vult aan: ‘Juist door in gesprek te gaan en praktijkcases te delen, helpen we bedrijven om betere keuzes te maken. Dat versnelt niet alleen de transitie, maar maakt deze ook haalbaar.’