Van lappendeken naar netwerk: hoe Rijk en regio samenwerken op logistieke laadinfra
Samenwerken aan slimme laadpleinen voor elektrische vrachtwagens
De elektrificatie van het vrachtvervoer vraagt om méér dan alleen laadpalen neerzetten. Het gaat om strategie, regie en slim gebruik van schaarse ruimte en netcapaciteit. Precies daar komt LoLa – Logistiek Laden in beeld. Deze landelijke samenwerking, waarin regio’s, provincies, netbeheerders en het Rijk de handen ineenslaan, zorgt ervoor dat de uitrol van logistieke laadpleinen geen lappendeken wordt maar een samenhangend netwerk.
“De afgelopen tijd hebben we met de regio’s hard gewerkt aan een landelijk overzicht van waar laadpleinen voor elektrische vrachtwagens moeten komen,” vertelt Tim Frikkee van LoLa. “Per provincie is nu duidelijk op welke hoofdwegen logistieke laadmogelijkheden nodig zijn. Dat overzicht hebben we gezamenlijk met het Rijk besproken, zodat we integraal kunnen optrekken en gerichte actie mogelijk wordt. Het is cruciaal dat er geen dubbelingen ontstaan en dat beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet.”
Van verzorgingsplaats tot provinciaal laadplein
Het Rijk is verantwoordelijk voor de hoofdwegen en beheert verzorgingsplaatsen en tankstations langs de snelwegen. Daar ligt een logische plek voor snellaadinfrastructuur, maar dat kan niet overal. Denk aan vergunningen die pas over jaren aflopen, ruimtegebrek of kostbaar nieuw netaansluitingen. Frikkee: “Op trajecten waar een verzorgingsplaats geen uitkomst biedt, kijken we samen met de provincies naar alternatieven, denk aan een centraal laadplein bij een afrit. Wat je wilt voorkomen, is dat een provincie een laadplein ontwikkelt waar vijf jaar later iets verderop bij een verzorgingsplaats óók een groot laadstation verrijst. Die afstemming is precies waar LoLa voor zorgt.”
Puntjes op de kaart
Het gezamenlijke traject leverde inmiddels een concreet resultaat op: een kaart met zoekgebieden en prognoses van de laadbehoefte. “Door deze gegevens naast elkaar te leggen, wordt inzichtelijk wie aan zet is,” legt Frikkee uit. “Soms is een locatie in de regio niet haalbaar en is de enige optie de laadinfrastructuur op de verzorgingsplaats op te vangen. Andersom kan een provincie soms sneller schakelen dan het Rijk. Met deze aanpak creëren we zekerheid op locatieniveau en voorkomen we dat de uitrol van de transitie stilvalt. Het belangrijkste speerpunt is dat we hiermee als integrale overheid tijdig voldoende laadinfrastructuur realiseren waarop de transportsector kan transformeren.”
Niet te vergelijken met laadinfra voor personenvervoer
De opgave is complexer dan bij elektrisch personenvervoer. Er is al een chronisch tekort aan truckparkeerplaatsen, de netcapaciteit is beperkt en de logistieke sector stelt hoge eisen aan laadsnelheid en beschikbaarheid. “Juist daarom is het zo belangrijk om integraal te blijven denken,” benadrukt Frikkee. “Als je een logistiek laadplein ontwikkelt, kijk dan meteen hoe ook andere doelgroepen -zoals ZE-bouwlogistiek- gebruik kunnen maken van die infrastructuur. Zo benut je de schaarse ruimte en netcapaciteit optimaal.”
Gezamenlijk huiswerk
De volgende stap is het doornemen van alle zoekgebieden met het Rijk en de betrokken regio’s om definitieve keuzes te maken over wie waar logistieke laadinfrastructuur moet aanjagen. “Zowel het Rijk als de NAL-regio’s hebben hun huiswerk gedaan,” zegt Frikkee. “Iedereen ziet dat het een collectieve opgave is. Door samen te werken kunnen we de benodigde laadinfrastructuur versneld aanjagen tot uitvoering en zetten we concrete stappen richting een emissievrije logistiek.”



